1. Home /
  2. Onafhankelijkheidsverklaring Stichting...

Onafhankelijkheidsverklaring Stichting Administratiekantoor Aandelen KAS BANK

De bestuurders van de Stichting hebben overwogen dat zijn aan de hieronder genoemde criteria van onafhankelijkheid voldoen en de volgende tekst vastgesteld:

Deel op  

‘De bestuurders van Stichting Administratiekantoor Aandelen KAS BANK en de Raad van Bestuur van KAS BANK N.V. verklaren hiermee, dat naar hun gezamenlijk oordeel voldaan is aan de ten aanzien van onafhankelijkheid van de bestuurders van Stichting Administratiekantoor Aandelen KAS BANK gestelde eisen als bedoeld in (voormalig) Bijlage X bij het Fondsenreglement van Euronext Amsterdam N.V. en als opgenomen in artikel 4 lid 2 van de statuten van de Stichting[1].

Op de website van de Stichting is een overzicht met functies opgenomen, die de bestuurders van Stichting Administratiekantoor Aandelen KAS BANK bekleden of hebben bekleed, voor zover deze van belang zijn in verband met de vervulling van hun taak.

Amsterdam, 3 april 2018
Bestuur Stichting Administratiekantoor Aandelen KAS BANK
Raad van Bestuur KAS BANK N.V.’

 

Deze onafhankelijkheidsverklaring is op 5 april 2018 de website van de Stichting geplaatst.

[1] Artikel 4 lid 2 van de statuten van de Stichting luidt:

Tot bestuurder kunnen niet worden benoemd:
(i) een bestuurder of commissaris van de vennootschap en/of van haar groepsmaatschappijen;
(ii) een echtgenoot/echtgenote, geregistreerde partner en bloed- of aanverwante tot en met de vierde graad van een bestuurder of commissaris van de vennootschap en/of van haar groepsmaatschappijen;
(iii) een werknemer van de vennootschap en/of haar groepsmaatschappijen;
(iv) een vaste adviseur van de vennootschap en/of haar groepsmaatschappijen, waaronder begrepen de accountant bedoeld in artikel 393 Boek 2 Burgerlijk Wetboek, de notaris en de advocaat van de vennootschap en/of haar groepsmaatschappijen;
(v) een voormalig bestuurder, commissaris of werknemer van de vennootschap en/of haar groepsmaatschappijen;
(vi) een voormalig vaste adviseur van de vennootschap, doch alleen gedurende de eerste drie jaren na de beëindiging van het adviseurschap;
(vii) een bestuurder en werknemer van enige bankinstelling waarmee de vennootschap een duurzame en significante relatie onderhoudt.